Artificial Red

Artificial Red

Blog

← Blog

Blog #005 · 2026

Statie­geld

Harm Jakob Tolsma

€0,15 Statiegeld per blikje
1 Verplichte app om te winnen
0 Dop op een blikje
+?% Plastic na verhoging statiegeld

Volgende week kun je iets winnen. Je levert blikjes en flesjes in met statiegeld, en misschien — misschien — valt er iets te rapen. Mits je een app hebt, geen moeite hebt met het vasthouden van dingen waar mensen hun mond op hebben gezet, en gelooft dat meer statiegeld het milieu redt. Laten we dat even doorlopen.

De winactie

Het idee is sympathiek. Mensen aanmoedigen hun statiegeldflesjes en -blikjes in te leveren met de belofte van een prijs. Gamification ten dienste van het milieu. Prima gedacht.

Maar ergens tussen het idee en de uitvoering is er — zoals zo vaak — iets fout gegaan. Want om je prijs te claimen moet je een app gebruiken. Niet een bon. Niet een stempel. Niet een briefje met een code. Een app. Met je gegevens. Met een koppeling aan je bankrekening.

Voor vijftien cent statiegeld.

De app-drempel

We leven in een tijd van datalekken, phishingmails en bedrijven die "zorgvuldig geselecteerde partners" hebben voor wie jouw gegevens interessant zijn. In die context vraagt men je een app te installeren — en je bankgegevens te koppelen — om mee te kunnen doen aan een winactie voor ingeleverde blikjes.

De drempel is niet hoog voor de gemiddelde twintigjarige die dat toch al klakkeloos op TikTok en andere social media gooit. Maar de gemiddelde twintigjarige is niet de enige die blikjes inlevert. Er zijn mensen zonder smartphone. Mensen die bewust geen betaalapps willen. Mensen die — na het zoveelste datalek — simpelweg geen zin hebben nog een app te installeren die hun bankrekening kent.

En dat zijn geen randgevallen. Dat zijn normale mensen met een normaal recht op privacy.

De oplossing is triviaal. Je hebt een automaat die bonnetjes uitspuugt. Die bon heeft al een barcode. Druk de prijs op de bon. Of een code. Of een QR. Geen app. Geen account. Geen koppeling met je financiële leven. Gewoon een stukje papier dat zegt: je hebt iets gewonnen, hier is het bewijs.

Dat dit kennelijk niet de gekozen route was, zegt iets. Over wie er baat heeft bij het verzamelen van gegevens van mensen die hun blikjes braaf inleveren. En het zijn niet die mensen zelf.

"Ik lever mijn blikje in.
Ik wil mijn prijs.
Ik wil niet dat mijn bank erbij is."

Het is vies

Dan het tweede punt. En dit is er eentje waarover weinig wordt gesproken, omdat het ongemakkelijk dicht bij het onderwerp "gedrag van andere mensen" komt.

Een flesje heeft een dop.

Een blikje niet.

Een flesje dat is ingeleverd, was afgesloten. De binnenkant heeft nauwelijks contact gehad met de buitenwereld. Je pakt het op, je zet het in de automaat, je handen zijn niet anders dan daarvoor.

Een blikje staat open. Het heeft op iemands lippen gezeten. Er zit restfrisdrank in. Of bier. Of iets wat ooit frisdrank was maar nu iets anders is geworden in de drie weken dat het blikje in de zomerse auto heeft gelegen. Je pakt het op. Je zet het in de automaat. Je wast je handen — als er een wasbak in de buurt is, wat zelden het geval is.

En dan is er nog de geur. Want een blikje dat een tijdje heeft gestaan ruikt nergens naar — tenzij het ergens naar ruikt. Zure cola. Warm bier. De onmiskenbare lucht van iets organisch dat zijn beste tijd heeft gehad. De statiegeldautomaat in de supermarkt verwerkt dit alles keurig, maar de weg ernaartoe — dat blikje in je tas, in je auto, in je hand — die ruikt iedereen.

En het plakt. Niet metaforisch. Gewoon: het plakt. Aan je vingers. Aan je broekzak. Aan de boodschappentas waar het drie dagen in heeft gezeten. Restsuiker droogt op maar verdwijnt niet. Je pakt het blikje op en je hand is meteen mede-eigenaar van alles wat er ooit in heeft gezeten.

En dat blijft niet bij jou. De automaat onthoudt het. Honderden blikjes per dag, al hun geur en kleverigheid keurig opgestapeld in een metalen kast naast de groente-afdeling. Je hoeft zelf geen enkel blikje in te leveren om er last van te hebben. Je schuift je flesje naar binnen, raakt de gleuf aan, en de machine geeft je terug wat hij de hele dag al heeft verzameld. Kleverige vingers, gratis, bij elke aankoop.

Dit is geen reden om statiegeld op blikjes af te schaffen. Dit is een reden om te erkennen dat het inleveren van blikjes een andere beleving heeft dan het inleveren van flesjes. En dat een winactie die mensen aanmoedigt meer blikjes in te leveren, dat aspect volledig negeert.

Je kunt mensen niet verbaasd aankijken als ze blikjes laten liggen. Soms is het geen onverschilligheid. Soms is het gewoon: ik wil dat ding niet aanraken.

Het flesje Afgesloten. Netjes. Een dop die ervoor zorgt dat de binnenkant binnenkant bleef. Je pakt het op, levert het in, klaar. Geen bijzonderheden.
Het blikje — thuis Open. Misschien leeg. Misschien niet helemaal. Je spoelt het af voordat je het inlevert, want je bent iemand die dat doet. De meeste mensen zijn dat niet.
Het blikje — van de grond Platgetrapt. Roestig langs de rand. Gevonden naast een bankje. Statiegeld is statiegeld. Vijftien cent is vijftien cent. Je steekt het in je zak. Je vraagt je af of je het kunt wassen in het toilet van de supermarkt.

Meer statiegeld, meer plastic

En dan het derde punt. Het punt dat niemand hardop wil zeggen, omdat het klinkt alsof je tegen het milieu bent. Dat ben je niet. Maar de rekensom klopt niet.

Wanneer statiegeld op blikjes wordt verhoogd, stijgt de prijs van blikjes. Consumenten zijn prijsgevoelig. Ze kijken naar de totaalprijs, inclusief statiegeld. En als blikjes duurder worden ten opzichte van alternatieven, schakelen ze over.

Naar wat? Naar plastic flessen. Die al statiegeld hadden — of misschien net iets minder. Naar kartonnen pakken. Naar grote PET-flessen die per liter goedkoper zijn. Naar verpakkingen die geen statiegeld hebben maar wél plastic bevatten.

Het resultaat: minder blikjes verkocht, meer plastic in omloop. Netto meer afval. Netto slechter voor het milieu. Maar het voelt goed, want statiegeld verhogen klinkt naar actie.

Dit is het gevaar van beleid dat op gevoel werkt in plaats van op effect. Statiegeld is een goed instrument. Maar het werkt alleen als het alle alternatieven even duur maakt, zodat consumenten niet kunnen uitwijken naar het goedkopere, minder gereguleerde alternatief. Verhoog je alleen het statiegeld op blikjes zonder de rest mee te nemen, dan stuur je mensen de verkeerde kant op — en noem je dat milieubeleid.

Minder blikjes is niet hetzelfde
als minder plastic.

Wat dan wel

Laat de winactie werken zonder app. Een code op de bon is genoeg. Geen Tikkie, geen account, geen koppeling. Geef mensen de keuze hoe ze hun prijs ophalen — aan de kassa, per post, of ja, als ze echt willen, via een app. Maar maak het niet de enige route.

Erken dat blikjes inleveren een andere belevering heeft dan flesjes. Zorg dat automaten hygiënisch zijn, goed onderhouden, en dat er een plek is om je handen te wassen. Niet als bijzaak. Als onderdeel van het systeem.

En denk na over statiegeldbeleid als systeem, niet als losse maatregel. Verhogen is pas zinvol als alle verpakkingen meebewegen — anders verschuif je het probleem en vier je de verschuiving als succes.

Het doel is minder zwerfafval en minder plastic. Niet: meer mensen die een app hebben. Niet: mooiere statiegeldcijfers op papier. En ook niet: een campagne die goed voelt maar het gedrag stuurt de verkeerde kant op.

Statiegeld werkt. Maar alleen als het goed is doordacht. En een winactie die vereist dat je bankgegevens koppelt voor een kans op een prijs op een fles van €0,15 — dat is niet goed doordacht.

Harm Jakob Tolsma
Artificial Red · 2026

Dit artikel bevat geen statiegeld. Inleveren heeft geen zin. Een Tikkie-account is ook niet nodig.
Geen app vereist. Wel een boek.

“Doe gewoon je ******* werk!”

Voor iedereen die klaar is met onnodige drempels, verplichte accounts en systemen die het simpele ingewikkeld maken. Gewoon doen. Het boek. Zonder dat je eerst je bankgegevens hoeft te koppelen.